Date Boekema heeft vragen gesteld aan het college van burgemeester en wethouders over de gevolgen van de invoering van het zogeheten funderingslabel bij hypotheekaanvragen en de toenemende gevolgen daarvan.
Vanuit meerdere partijen zowel uit de praktijk en berichtgeving in de LC zijn signalen ontvangen dat hypotheekverstrekkers sinds april strenger toetsen op bodemdaling en funderingsrisico’s. Deze werkwijze wordt niet alleen toegepast in de veenweidegebieden, maar inmiddels ook in andere delen van Opsterland. Aanleiding is onder meer een recente situatie in Ureterp, waar een relatief jonge woning is aangemerkt met een hoog funderingsrisico. Dit betekent dat eerst (duur) aanvullend onderzoek moet plaatsvinden voordat een hypotheek mogelijk is. De kosten voor dergelijke onderzoeken zijn aanzienlijk en de wachttijden lopen op, terwijl de beschikbaarheid van deskundigen beperkt is.
Daarnaast vragen geldverstrekkers woningkopers om binnen de hypotheek een financiële reservering aan te houden voor mogelijke toekomstige herstelwerkzaamheden. Dit zorgt voor extra onzekerheid bij inwoners die een woning willen kopen of verhuizen. Vooral starters en jonge gezinnen dreigen hierdoor buiten de boot te vallen.
Boekema vraagt het college of het op de hoogte is van deze ontwikkeling, wat de gevolgen zijn voor inwoners en de woningmarkt in Opsterland, en in hoeverre ook niet‑veenweidegebieden hiermee te maken krijgen. Tevens vraagt hij welke rol de gemeente kan of wil spelen richting hypotheekverstrekkers om de gevolgen voor inwoners zoveel mogelijk te beperken.
Helaas blijkt de gemeente totaal geen invloed hierop te hebben. Het zijn de hypotheekverstrekkers die deze eis stellen voor ze geld willen uitlenen en het register waar dit opgezocht kan worden is niet openbaar. Dit is heel vreemd, want er zijn wel publieke kaarten over het risico per wijk op funderingsschade, maar de hypotheekverstrekkers gebruiken een eigen (niet transparant) systeem.